haal meer uit de groep!

In groepen heb je stille Willy’s en luidrregisseursstoeluchtige types. En die laten samenwerken is best een kunst. Of het nu om een klas of een (werk)team gaat, verschillende types kunnen ervoor zorgen dat samenwerking niet zo vlot verloopt, omdat de één de ander overschreeuwt.

Zo woonde ik een tijdje de vergaderingen bij van een team, waarin een senior medewerker continue de anderen overklaste, en de junior bijna niet aan het woord kwam. Pas toen we een keer werkten met post-its en naast elkaar gingen staan, werd de inbreng van de teamleden evenwichtig en zag je het begrip voor elkaars standpunten groeien.

Een aantal van de werkvormen die ik in dat overleg met hen gebruikte, zijn eenvoudig toe te passen in de klas of in je team om de samenwerking tussen deze oh zo verschillende types te geleiden:

individuele werkvorm vóór collectief proces
– Kies voor een stukje rust, door bijvoorbeeld bij besluitvorming (werk) of een meningenopdracht (klas) elke deelnemer eerst zijn eigen mening op papier/post-it te laten schrijven (IN STILTE), voordat de uitwisseling begint.

ga naast elkaar staan en licht individueel toe
– Ga dan liefst staan (!) en gebruik per groepje een bord/flipover (of desnoods tafel) om mee te werken. Laat in de groepjes eerst iedereen zijn briefje opplakken en daarna zijn mening toelichten, voordat je de discussie start. Regel daarbij: maximaal één persoon tegelijk aan het woord.
– De volgorde waarin deelnemers hun mening geven kan je in plaats van ‘met de klok mee’ of ‘tegen de klok in’ ook doen door deelnemers zelf te laten kiezen wie ze het woord willen geven na hen.

groepeer de uitkomsten gezamenlijk
– Laat na het toelichten  de groep de briefjes/meningen groeperen om te laten zien waar overeenkomsten en verschillen zitten. Het voordeel van briefjes is dat je meningen of ideeën niet kan wegstoppen, omdat ze zichtbaar zijn.

Wordt er slecht geluisterd of krijgen mensen niet de ruimte?
– Als er slecht geluisterd wordt, pas dan de ‘Indian talking stick’ methode toe, waarbij degene die de stok vasthoudt als enige spreekt en de stok pas doorgeeft als hij zich begrepen voelt.

Regels hierbij zijn: (verkregen via deze link)

  • Diegene die de Talking Stick vasthoudt, is de enige die spreekt. Hij mag de stick vasthouden zolang hij wil.
  • Diegene die geen Talking Stick vasthoudt,  zwijgt en luistert aandachtig en met empathie. Hij mag wel een vraag stellen om te kijken of hij het wel goed begrijpt.
  • Zodra de spreker zijn mening, stelling heeft uitgesproken, kiest hij iemand uit de groep die zijn mening in zijn eigen woorden herhaalt tot tevredenheid van de voorgaande spreker. Enkel op deze manier kan de spreker zich ‘begrepen’ voelen.
  • Zodra de spreker zich begrepen voelt, geeft hij de stok door.
  • De volgende spreker mag niet in herhaling vallen. De vorige stelling, mening mag dus niet herhaald worden.

Ervaring

Mijn ervaring is dat deze werkvormen een stuk ruimte geven voor de stille Willy’s en rust geven aan de overheersende deelnemers, en dat iedereen op deze manier beter tot zijn recht komt.

Heb jij ervaring opgedaan met de werkvormen, geef dan hieronder je mening weer in een reactie!

Over de auteur:

10401411_296708497160515_2570209716641568197_nLoes Visscher is creatief trainer en facilitator bij Nuvoli. Met trainingen en interactieve workshops boort zij het aangeboren, maar vaak verwaarloosde talent tot creatief denken aan bij individuen en groepen. Met speciale liefde en aandacht voor het onderwijs, om door en met docenten creativiteit terug te brengen in het onderwijs en het natuurlijke creatieve talent van kinderen en jongvolwassenen te stimuleren.

Meer weten? Bel dan 06-29895989 of mail met Loes @ nuvoli.nl

 

luisteren doe je….

Muziek heeft zich in de loop van de jaren ontwikkeld van alleen live luisteren, via de grammofoon tot spotify en youtube. Dat heeft zijn voordelen, omdat we nu altijd en overal over muziek beschikken, maar ook nadelen. Ik zie dat door de ontwikkeling in de laatste jaren, kinderen er al helemaal gewend zijn om naar muziek te luisteren terwijl ze de beelden bekijken op bijv. youtube. Daarmee krijgen ze niet alleen muziek mee, maar ook beelden. Dat zijn extra prikkels die soms net te veel kunnen zijn voor sommige leerlingen, maar in ieder geval afleiden van het échte luisteren.

écht luisteren
Daarom in deze blog een paar tips om op verschillende manier muziek te gebruiken in de klas, waarbij je focust op het luisteren en de beleving van de muziek:

1. Laat leerlingen op hun armen liggen, met hun hoofd op de tafel en ogen dicht en laat ze naar muziek luisteren. Wil je de emotie van de muziek of juist de tekst extra onder de aandacht brengen, dan is dit een goede methode om focus aan te brengen.

2. Blinddoek de leerlingen, terwijl ze zitten of liggen (hou als leerkracht wel zelf je ogen open om ongelukken/onrust te voorkomen), laat ze lekker gaan/zitten of liggen en speel dan de muziek af. Als je de leerlingen laat liggen, werkt dat vaak heel ontspannend, dus geef leerlingen de tijd om na het luisteren weer ‘terug’ te komen in het hier en nu, door in een rustige stem instructies te geven, als klas stil te blijven en ze op eigen tempo de blinddoek af te laten doen en (in het geval van liggen) weer te gaan zitten. [instructievoorbeeld in bijlage]

3. Heb je de ruimte, combineer het luisteren naar muziek dan eens met beweging. Vertel de kinderen dat ze mogen bewegen met hun lijf terwijl ze naar de muziek luisteren en die volgen. Zorg hierbij dat kinderen goed weten wat ‘hun ruimte’ is, door bijvoorbeeld yogamatjes te gebruiken en op sokken/blote voeten te bewegen. Vooral bewegen met de ogen dicht zorgt dat kinderen bij zichzelf kunnen komen en gaan bewegen vanuit hun eigen beleving van de muziek.

verwerken
Wil je dat de kinderen het lied nog meer gaan verwerken?

Geef ze dan bijvoorbeeld na afloop de tekst van het lied en vraag ze te onderstrepen wat ze belangrijkste/mooiste zin/woord vonden. Of geef ze een blanco papier en laat ze wat tekenen/schrijven over wat ze hebben gehoord en beleefd.

 

creatieve werkvormen voor de start van het schooljaar

Om het schooljaar op een creatieve manier te beginnen, hierbij een achttal voorbeelden van rijke werkvormen om de vakantie te ‘bespreken’ met de klas. Ik heb een onderverdeling gemaakt in onder-, midden-, en bovenbouw (PO), maar sommige werkvormen kunnen uiteraard ook in andere groepen worden gebruikt. Ik wens jullie veel creativiteit en plezier bij het uitvoeren ervan en zou het erg leuk vinden om jullie reacties en resultaten (foto’s…) te krijgen.kompas

[klik hier 140812 Nuvoli – creatieve werkvormen voor start schooljaar om het hele document als PDF te downloaden]

Onderbouw:

  1. Laat de kinderen een associatiekaart uitkiezen die staat voor hun vakantie om te gebruiken voor een kringgesprek.
  2. Ga in de kring staan en gooi een bal naar een leerling. Deze leerling mag in 3 woorden vertellen hoe zijn/haar vakantie was en gooit de bal daarna naar de volgende leerling. Ga zo door tot iedereen aan de beurt is geweest.

 

Middenbouw

  1. Teken de contouren van Europa op de grond – kinderen nemen positie in van waar ze geweest zijn. Laat ze het land noemen (en evt. de hoofdstad) en kijk of ze samen de niet-ingevulde landen kunnen benomen.
  1. Laat de kinderen een moodboard maken van hun vakantie en in 1 minuut vertellen (timer laten lopen) wat hun vakantiebelevenissen waren.
  2. Laat de kinderen een kleine tekening  (A6) maken van een geluksmoment tijdens hun vakantie.
    1. Aanvullende werkvorm: Gebruik drama/mime om het geluksmoment te laten zien aan de klas, laat hen dan raden wat het was (voor het uitspelen kunnen natuurlijk ook groepjes worden gebruikt, zodat er meerdere rollen kunnen worden ingevuld).

 

Bovenbouw

6. Maak een wereldkaart op het schoolplein, samen met de leerlingen. Gebruik bijvoorbeeld rasteren om de wereld stukje voor stukje te tekenen. Daarna neemt iedereen een plek in op de wereldkaart en vertelt kort waar hij/zij geweest is. Dit is ook een mooi fotomoment

7. Gebruik een lijn van de ene naar de andere kant van de klas, stel vragen en benoem steeds de uitersten en vraag de leerlingen op de lijn te gaan staan, op de plek waar ze ‘horen’. Vraag dan steeds een leerling waarom deze op die positie staat, zodat ze dat kunnen toelichten. Die leerling mag dan een ander kiezen om te vragen waarom die op zijn/haar plek staat. Gebruik hierbij (bijv.) de volgende vragen:

  • Hoe leuk was je vakantie? (Helemaal niet leuk vs fantastisch!)
  • Hoe lang ben je weggeweest (0-6 weken)
  • Hoe ver weg ze zijn geweest (uitersten thuis vs andere kant van de wereld)
  • Kon je de mensen op je vakantiebestemming verstaan? (helemaal wel vs helemaal niet)
  • Hoe was het weer? (heel slecht vs alleen maar zon)

8. Noord – oost – zuid – west – markeer in het lokaal  een windroos op de vloer en laat de leerlingen plaatsnemen in het lokaal op basis van de laatste locatie waar ze heen zijn geweest op vakantie. Laat ze elkaar helpen als ze het niet weten.Aanvullende werkvorm: De leerlingen berekenen hoe ver weg ze zijn geweest (in km’s)

  • maak hier dan een grafiek van
  • of bereken wel deel  van de km’s elke klasgenoot heeft “verbruikt”
  • Bereken hoeveel brandstof dat gekost heeft (op basis van het verbruik van verschillende auto’s bijv. hybride, diesel en oldtimer)

Over de auteur:

Loes Visscher is creatief trainer en facilitator bij Nuvoli. Met trainingen en interactieve workshops boort zij het aangeboren, maar vaak verwaarloosde talent tot creatief denken aan bij individuen en groepen. Met speciale liefde en aandacht voor het onderwijs, om door en met docenten creativiteit terug te brengen in het onderwijs en het natuurlijke creatieve talent van kinderen en jongvolwassenen te stimuleren.

Meer weten? Bel dan 06-29895989 of mail met Loes @ nuvoli.nl.

 

10 tips voor het doorbreken van patronen

vakantie
Ik heb de afgelopen weken heerlijk vakantie gevierd in het Zwarte Woud en de Vogezen. Ik vind het heerlijk om niet thuis te zijn, een nieuwe omgeving te verkennen, andere dingen te eten en nieuwe dingen te doen. Door de tijd heen had ik alleen wel een aantal vakantie-rituelen ontwikkeld, die ik deze vakantie heb doorbroken.
Zo lees in normaal ik de vakantie heel veel boeken, en lees ik ook echt iedere dag. Ik heb deze vakantie bewust ook dagen niet gelezen, waardoor ik veel minder heb gelezen (2,25 boeken in 2 weken), maar gemist heb ik het niet. In plaats daarvan heb ik van elke dag een stukje geschreven en ook wat getekend of erbij geplakt in een scrapboek, ook heb ik vaker NIETS gedaan. Voor de creativiteit is dit heel goed, andere dingen doen en je vervelen zijn goede patroondoorbrekers. Hoe dat komt lees je hieronder. 

patronen
Onze hersenen zijn uitermate sterk en kundig, vooral in het creëren van patronen. (De Bono, lateral thinking, 2009). Door patronen te herkennen en nieuwe informatie daarmee te vergelijken kan je informatie sneller opzoeken. Vergelijk het met het coderingssysteem (SISO) van de bibliotheek. Als je weet onder welke categorie een boek valt, kan je het daar gaan zoeken, in plaats van het doorzoeken van de hele bibliotheek.

Helaas betekent dit dat het brein in de automatische modus niet geneigd is tot creatief denken, wat betekent dat je zelf een bewuste keus moet maken om creatief te zijn door dingen anders te doen.

problem solving10 oefeningen om je patronen te doorbreken
Wil je je eigen patronen doorbreken. Kies dan één (of meer) van de onderstaande oefeningen en kijk wat het je brengt. Ik hoor graag van je wat je ervaringen waren!

1. Neem eens een andere route van huis naar werk/school/winkel en observeer wat je onderweg opvalt.

2. Gebruik een ander -liefst langzamer- vervoermiddel (fiets of bus ipv auto, lopen ipv fietsen) om een route die je vaak neemt af te leggen. Merk onderweg op of je dingen anders ziet of zelfs nieuwe dingen ziet.

3. Leer iets nieuws. Haken (loom), jongleren, op je kop staan, je kunt het zo gek niet verzinnen, maar het leren van iets nieuws geeft veel input en inspiratie voor je creativiteit.

4. Lees je krant of stripboek vandaag eens op z’n kop. Wat valt je op?

5. Koop bij de kiosk een tijdschrift of krant die je normaal NOOIT zou kopen, liefst een waar je een beetje de kriebels van krijgt. Lees het met aandacht en kijk wat je opvalt en wat je eruithaalt.

6. Kies bij het boodschappen doen een ingrediënt dat je nog nooit heb gegeten. Maak er een gerecht van en proef!

7. Loop vandaag twee keer zo langzaam als normaal. Hoe voelt dat? Wat valt je op?

8. Gebruik een dag je bestek verkeerd. Een paar voorbeelden: Eet een Mars met mes en vork, Eet je soep met een mes, drink je thee met een vork, eet je boterham met stokjes. Veel plezier gewenst!

9.  Loop je gebruikelijke route van huis naar school/werk/brievenbus/winkel en probeer minimaal 5 nieuwe dingen te ontdekken. Maak hier foto’s van.

10. Doe eens mee met een training van een sport die je nog nooit gedaan hebt. Wat valt je op? Wat vond je leuk en wat niet?

—–

Over de auteur:

Loes Visscher is creatief trainer en facilitator bij Nuvoli. Met trainingen en interactieve workshops boort zij het aangeboren, maar vaak verwaarloosde talent tot creatief denken aan bij individuen en groepen. Ook biedt ze een frisse wind voor teams door doelmatige werkvergaderingen te organiseren waarbij creativiteit en samenwerking de ruimte krijgen.

Meer weten? Bel dan 06-29895989 of mail met Loes @ nuvoli.nl